![]() |
PIAS Handleiding
2025
Programma voor de Integrale Aanpak van het Scheepsontwerp
|
Hier geeft u alle algemene gegevens van de hellingproef of diepgangsmeting op, waarvan velen voor zich zullen spreken. Dat betreft dan gewoon tekstuele invoer — zoals voor ‘Toestand buitenwater’ of ‘Aantal personen aanwezig’ — die kan worden opgegeven, en die in het meetrapport wordt afgedrukt. Een aantal berekeningsinstellingen hier behoeven echter nog nadere toelichting:
Hiermee wordt opgegeven wat voor soort berekening, en dus soort uitvoer, wordt gemaakt. Hier valt nog op te merken dat wanneer men een hellingproef wil berekenen terwijl alleen de nulmeting aanwezig is of geen hellinproefgewichten zijn opgegeven bij de nulmeting, dan wordt automatisch een diepgangsmeting uitgewerkt.
Hiermee kunt u de berekeningsmethode voor de bepaling van het volume (en dus het gewicht tijdens de hellingproef of diepgangsmeting) en het drukkingspunt in lengte kiezen. De berekening met correctie voor doorbuiging kan natuurlijk alleen gebeuren indien op drie of meer plaatsen vrijboorden of diepgangen zijn opgegeven. Bij de berekening zonder correctie voor doorbuiging wordt een rechte waterlijn zo goed mogelijk door (of langs) de opgegeven punten getrokken. Bij de berekening met deze correctie wordt dat met een parabolische waterlijn gedaan. In beide gevallen wordt het waterlijnvlak met de methode der kleinste kwadraten bepaald.
Lees voor de achtergrond hiervan eerst de toelichting bij ‘Met vrije vertrimming, inclusief het effect van KG op de trim’, zie Stabiliteitsberekingswijze. De kwestie is (dus) dat trim & KG anderzijds, en LCG & TCG anderzijds in werkelijkheid elkaar beïnvloeden. In conventionele berekeningen werd deze beïnvloeding buiten beschouwing gelaten, maar desgewenst kan deze in PIAS meegenomen worden. Als men uitkomsten van de hellingproefuitwerking en de beladingstoestanden onderling volledig compatible wil hebben, dan moet deze instelling hier in Incltest net zo staan als de aangehaalde instelling in Config. Let op dat als het schip tijdens de diepgangsmeting een hellingshoek heeft dan is het geadviseerd om deze optie te gebruiken.
Als ‘Correctie van trim & KG op zwaartepunt’ aan staat dan moet de KG natuurlijk wel bekend zijn. Bij het uitwerken van een hellingproef is dat altijd het geval, want daar wordt de KG nou net berekend! Als echter alleen een diepgangsmeting wordt uitgewerkt dan is er helemaal geen KG, dus zal de gebruiker deze moeten opgeven, en dat kan hier. Als de KG niet precies bekend is dan moet maar met een schatting genoegen genomen worden.
Als de hydrostatica van het schip tijdens de hele hellingproef constant blijven, kan er gekozen worden voor de optie 'Conventioneel', waarbij de overall G'M in 1 keer bepaald wordt op basis van alle metingen met de kleinste kwadraten methode, en de VCG berekend wordt met de KM van de nulmeting. Als de hydrostatica niet constant zijn, kan er gekozen worden voor de optie 'Non-conventioneel' waarbij de VCG per meting berekend wordt met de actuele KM en FSM van die meting. De KM kan verlopen als er al bij kleine hoeken een verschil is in waterlijnoppervlak, en de FSM kan gaan verschillen als er tanks gebruikt worden als hellingproefgewicht. Bij het gebruik van tanks kan ook het deplacement niet constant zijn en ook de VCG van de hellingproefgewichten zelf kan wijzigen. Dit laatste kan ook van toepassing zijn voor vaste hellingproefgewichten.
Bij een hellingproef worden meerdere metingen van G'M gedaan. Daaruit moet dan één resulterende G'M bepaald worden. De wellicht het meest voor de hand liggende methode is om het gemiddelde te nemen van alle metingen. Een alternatief komt op als we de gemeten hellingshoeken in een grafiek uitzetten tegen de hellende momenten — zo'n grafiek is in het hellingproefrapport van Incltest opgenomen. Als er vervolgens een zo goed mogelijke rechte lijn door die meetpunten wordt getrokken dan geeft de stand van die lijn de G'M weer. Die rechte lijn wordt bepaald met de kleinste kwadraten methode, vandaar dat deze methode zo heet. Als er gekozen is voor de optie 'Conventioneel' wordt altijd deze methode gebruikt.
Dit is een eenvoudig invulmenutje waar gegevens van de hoekmeetapparatuur opgegeven kunnen worden. Daarvan ondersteunt Incltest er maximaal tien, van drie types:
Dit menu bevat de kern van de zaak, hier worden de metingen opgegeven in PIAS. Er is altijd minstens één meting opgenomen in de tabel, dat is de zg. “nulmeting” die de beginstand bevat. Per meting is er één regel die bevat:
Als de tekstcursor op de regel van een meting staat kan men met <Enter> doorgaan naar invulmenu's van vrijboorden/diepgangen en hellingproefgewichtposities, die hieronder besproken worden.
Dit betreft het invulmenu van vrijboorden en/of diepgangen, wat zeven kolommen bevat:
Met [New] wordt altijd een ‘Referentie punt’ aangemaakt. Voor het inlezen van diepgangsmerken is de functie [Diepgangsmerken] beschikbaar. Hiermee kan men diepgangsmerken inlezen, zoals in PIAS gedefinieerd volgens Diepgangsmerken en toegestane maximale en minimale diepgangen. In het geval van diepgangsmerken zijn kolommen 1 t/m 5 ingevuld met gegevens van de gedefinieerde diepgangsmerken en kunnen in dat geval ook niet worden gewijzigd.
In dit menu worden de hellingproefgewichten gedefinieerd. Bij de nulmeting kunnen hellingproefgewichten toegevoegd worden of verwijderd, bij alle andere metingen kunnen alleen specifieke gegevens worden gewijzigt. Hellingproefgewichten welke zijn aangemaakt in de nulmeting zijn beschikbaar in alle andere metingen.
Binnen PIAS zijn twee type hellingproefgewichten ondersteund, nl. een gewoon vast gewicht (in de zin dat het gewicht onveranderlijk is, bv. een blok beton of een vat water) en een tank. Van elk hellingproefgewicht moet worden opgegeven:
Met [New] wordt altijd een hellingproefgewicht van het type ‘vast gewicht’ gemaakt. Voor het toevoegen van gewichten van het type ‘tank’ is in dit menu de functie [Tank list] beschikbaar. Hier staan alle bruikbare tanks die kunnen worden gebruikt als hellingproefgewicht. Deze functie doet overigens precies hetzelfde als de functie met dezelfde naam in Loading — die besproken is in Gewichtsposten invullen/wijzigen onder de functie [Misc].
De gegevens die verder per type hellingproefgewicht van belang zijn:
Bij het uitvoeren van een hellingproef of diepgangsmeting staan nooit alle gewichten compleet en definitief op hun juiste plaats. Er zullen in de praktijk altijd nog aanvullende gewichtswijzigingen moeten plaats vinden, in de volksmond meer- en mindergewichten genoemd. Dat kan via deze menu optie, die is onderverdeeld in drie categoriën.
Gewichten die nog aan leegschip moeten worden toegevoegd. Per onderdeel worden hier naam, gewicht en zwaartepunt opgegeven, dat zal voor zich spreken.
Gewichten die aan boord waren tijdens de test, maar niet tot leegschip behoren. Dit kunnen net als bij de vorige categorie losse posten zijn, met naam, gewicht en zwaartepunt. Men kan ook via de functie [Tank list], zoals beschreven in Posities hellingproefgewichten, gewichten van het type tank toevoegen, zoals die al in PIAS zijn ingevoerd (met Layout). Als het kan dan is het zeker handig om daar gebruik van te maken, want dan kan worden volstaan met het opgeven van een vullingspercentage of sounding of ullage, waarbij volume en zwaartepunt van de tankinhoud dan worden bepaald, rekening houdend met helling en trim.
Gewichten die aan boord zijn, maar nog niet op de juiste positie staan. Hierbij moet per post worden opgegeven wat het gewicht is, de positie waarop het stond tijdens de proef, en de positie waarop het uiteindelijk gaat staan.
Drukt het hellingproef- of diepgangsmeetrapport af, hieronder staat een voorbeeld van de uitvoer met de optie 'Non-conventioneel'.
Hier kunnen backups van hellingproefgegevens worden gemaakt en weer teruggezet, zie voor de details Gegevensopslag en backups.
Drukt een hellingproef- of diepgangsmeetrapport af, volgens de methode zoals die tot december 2016 door PIAS gebruikt werd. Voor de verschillen tussen de methode van toen en nu wordt verwezen naar Compatibiliteit met de programmaversie van voor 2016. Deze optie is opgenomen voor de achterwaartse compatibiliteit; omdat de pre-2017 programmaversie niet meer beschikbaar is zou er anders geen mogelijkheid zijn om een berekening te maken met een oude file, maar dat kan nu (dus) met deze optie gedaan worden. Deze optie werkt natuurlijk niet als de invoergegevens met de moderne programmaversie is ingevoerd.
Onderstaand geldt voor de optie 'Non-conventioneel', bij de optie 'Conventioneel' staat de berekening van de G'M en VCG in de uitvoer.
Voor een meting met de slinger geldt:
\( G'M = \frac {(Testgewicht_N . Zbreedte_N - Testgewicht_{N-1} . Zbreedte_{N-1}) . Slingerlengte} {Deplacement . (Slingeruitslag_N - Slingeruitslag_{N-1}) } \\[6pt] \)
en voor de inclinometer:
\( G'M = \frac {(Testgewicht_N . Zbreedte_N - Testgewicht_{N-1} . Zbreedte_{N-1}) . 1 Radiaal} {Deplacement . (Hellingshoek_N - Hellingshoek_{N-1}) } \)
Het zwaartepunt in hoogte (KG) wordt berekend met:
\( KG = KM - G'M - GG' = KM - G'M - \frac{VVM}{deplacement} \\[6pt] \)
waarin:
Het ontwerp van de oorpronkelijke versie van Incltest stamde uit ongeveer 1988. In de loop van de jaren is daar heel wat aan uitgebreid en veranderd, maar de basis opzet is grosso modo hetzelfde gebleven. Opmerkingen en wensen van vele gebruikers zijn in de loop van de jaren verzameld, en geïmplementeerd in een compleet nieuwe module, die in december 2016 de oude heeft vervangen. Veel van die veranderingen raken niet de de basismethodiek van invoer en berekeningen, er is echter één belangrijk verschil wat nader toegelicht moet worden:
In de oude hellingproef module werden de verplaatsingen van de hellingproefgewichten en de bijbehorende uitslagen van de slinger en/of hellingshoekmeter opgegeven t.o.v. de voorafgaande meting. In de nieuwe module worden de posities van de hellingproefgewichten in het scheepsassenstelsel en de slingeruitslagen resp. gemeten hoeken t.o.v. de nulmeting opgegeven. Bij oude hellingproefgegevens worden de verplaatsingen en uitslagen in eerste instantie nog op de oude manier geïnterpreteerd, zodat uit de berekening nog precies dezelfde waarden komen als in de oude hellingproef module. Alle oude hellingproefgegevens, welke terug te vinden zijn in Bestandsbeheer, zijn met behulp van Druk pre-2017 meetrapport af af te drukken op de oude manier, als ze bestaan. Als men deze oude gegevens gaat gebruiken, dat wil zeggen teruggezet door middel van Zet gegevens terug uit backup, dan worden deze gegevens direct op de nieuwe manier geïnterpreteerd en zal de berekening (dus) niet meer correct zijn. Men zal dus de verplaatsingen en uitslagen opnieuw op de nieuwe manier moeten opgegeven.
Het is niet mogelijk om, op de oude manier verder te werken, en nieuwe hellingproefgegevens kunnen niet op de oude manier worden geïnterpreteerd.